doorLeven in
een gezond binnenklimaaT
Een probleem bij het isoleren van woningen is dat er zonder maatregelen altijd condensatie plaats vindt in het materiaal. Bij de gangbare isolatiematerialen vormt de aanwezigheid van vocht de voedingsbodem voor de kweek van schadelijke stoffen. Om dit te voorkomen wordt er een dampdichte laag aan de buitenzijde toegepast, zodat er geen vocht door kan. Er is sprake van een ‘gesloten’ gebouw omdat het gebouw niet kan ademen.
Een andere benadering is om isolatiemateriaal te gebruiken dat het optredende vocht kan opnemen en ook weer kan afgeven. Bij Q is voor dit laatste principe gekozen, voor alle dak- en gevelconstructies. Het grote voordeel is dat in combinatie met lage temperatuur stralingsverwarming bijdraagt aan een gezond binnenklimaat.
Lage temperatuur stralingsverwarming
De toegepaste vloer- en wandverwarming verwarmt niet de binnenlucht, maar geeft straling af die op het lichaam behaaglijk aanvoelt. Hiermee wordt een groot damptransport door de klimaatscheidende constructie voorkomen. Immers het verschil tussen de buiten- en binnenluchttemperatuur wordt zo klein mogelijk gehouden. Warme lucht kan bij gelijke relatieve luchtvochtigheid namelijk absoluut veel meer waterdamp bevatten dan koude lucht.
Samenhang
Kortom door de bouwkundige constructie en de installaties als één geheel te beschouwen, is dit gezonder voor het lichaam, omdat het zich fysiologisch minder hoeft aan te passen aan temperatuurverschillen. Doordat ook een groot dampspanningsverschil wordt voorkomen en daarmee veel transport, is er ook minder kans op inwendige condensatie in de isolatie. Bovendien is er voor isolatiemateriaal gekozen, waarvan de vezels waterdamp kunnen opnemen en op een later tijdstip weer afstaan. Hiermee is een constructie verkregen die bouwfysisch verantwoord dampdoorlatend is. En daarmee is ook dit qua vochthuishouding weer heel gezond voor het binnenklimaat.
Onderzoeksopzet
Om niet alleen te stellen dat een Q woning bijdraagt aan het gezonde binnenklimaat, maar dit ook te bewijzen, is in samenwerking met TNO, een onderzoek in voorbereiding.
Daarin worden de volgende zaken onderzocht en gedurende een jaar lang gemeten:
- het condensatiepunt in de buitenwand;
- de luchtdoorlatendheid van de wand per m2/sec;
- de opname van vocht in het materiaal dat is toegepast voor de isolatie bij bepaalde temperaturen;
- de optredende verdamping door de ‘luchtstroom' in de muur door het ontbreken van een afsluitlaag. Met betrekking tot de luchtstroom is de richting van deze stroom ook van belang. Er dient ook berekend te worden wat er in omgekeerde richting (van binnen naar buiten) gebeurt;
- de afkoeling van het muuroppervlak ten gevolge van verdamping;
- het stralingscomfort;
- Uitgaande van de Rc waarde van de muur, kan de warmtebehoefte worden berekend.
De warmtebehoefte dient te worden vergeleken met het werkelijke gebruik, waardoor, na correcties met de interne warmtelast, het mogelijk is de verwachte winsteffecten te berekenen.
Het een en ander wordt met bovenstaande meetopstelling bereikt. Met de resultaten wordt vervolgens via een medisch centrum een inschatting gemaakt van het effect van het binnenklimaat op fysieke gesteldheid van de inwoners. Hiermee willen we onomstotelijk kunnen aantonen dat de Q woning bijdraagt aan de gezondheid.
In 1989 werd dit artikel geschreven door Ed Noordegraaf. Hij was zijn tijd ver vooruit. Maar zijn stellingen zijn ook nu nog even actueel.
En inmiddels toegepast door gebruik van moderne installaties in de Q-woningen. Kennis over het thermisch comfort en een variabel binnenklimaat. Nostalgie en vergane glorie, of een publicatie met toekomst-perspectief. Oordeelt u zelf.
door Ed Noodegraaf
In Parijs ziet je wel clochards die warmte zoeken op het ontluchtingsrooster van een metro-station. Maar ook wel dicht voor de voorwielen van een net geparkeerde auto.
Wat is hier helemaal aan de hand? Het gaat om het verschil tussen stralings- en convectie-warmte. Convectiewarmte krijgen we van de omgeving die we aanraken: de lucht dus, met wat er in zit, of het verwarmde waterbed waar we op liggen, of ook de poes die al dan niet hinderlijk warm op schoot ligt.
Stralingswarmte echter heeft geen aanraking nodig: zij verplaatst zich zonder energieverlies over in principe eindeloze afstanden in de vorm van straling en wordt pas warmte als zij ergens tegen op botst. Zo ontvangen wij de warmte van de zon en kunnen het daar op wintersport ook bij vriestempera-turen behaaglijk warm bij hebben. Met dit soort kennis kunnen we wat. Om goed te functioneren moet het lichaam niet onderkoeld zijn - dat is wiedes. Maar als het dan gaat functioneren produceert het warmte en moet die ook weer kwijt. Heel veel daarvan wordt geacht via de ademhaling te gaan: de lucht gaat koel naar binnen, er wordt wat zuurstof opgenomen, en het residu gaat warm weer naar buiten. Alleen: als de lucht eerst warm is gemaakt om het functioneren mogelijk te maken dan werkt het koelsysteem niet meer. Op die manier zitten hondjes dan ook te hijgen als het een warme zomer is. Aangetoond is dat een huid die op temperatuur wordt gehouden door warme lucht maar geen verwarmende straling ontvangt een ongunstige stofwisseling krijgt. Er wordt CO en H2O2 geproduceerd en dat beschadigt de enzymwerking in het algemeen en het immuunsysteem in het bijzonder.
Al met al is de vraag hoe we in de landen met een gematigd of koud klimaat zo snel mogelijk af komen van een systeem van warm blijven met behulp van convectie ofwel het warm maken van lucht om het dan zelf warm te hebben. Triviaal kunnen we dat systeem namelijk kwalificeren als "ik heb het niet koud maar ik voel me toch een beetje ziekjes...."
Daar komt nog bij dat het warm maken van lucht om de mens warm te maken niet bijster efficiënt is. Immers, bij het open zetten van een raam vanwege bijv. rokers dan wel de lucht van een aangebrande koffiepot is de warmte meteen weg: gevolg gauw de thermostaat hoger. Ook echter als dat soort luchting zich niet voor doet geldt toch dat vanwege onvermijdelijk nodige luchtverversing alsmaar warmte de buitenlucht in gaat.
Het antwoord op alle vragen is stralingswarmte. Het is niet alleen de zon of de
oude kachel die warmte af straalt. Het is heel goed mogelijk om het behaaglijk te hebben door vloeren of wanden te laten stralen.
De energiefreak kan daarmee heel gelukkig zijn want er wordt nog wel een beetje wegstromende lucht verwarmd maar het merendeel van de te gebruiken energie wordt alleen maar benut als het zijn doel raakt. Dat spaart een boel brandstof.
De ecofreak kan ook gelukkig zijn want in een behaaglijke omgeving gaan mensen zich aktief en schoon gedragen. Ook de biofreak komt aan zijn trekken want al die intensieve warmteplekken in ons gematigd klimaat zijn een onderschatte verstoring van het microbiologisch leven.
Technisch betekent dit hele verhaal dat er warmtetoevoer nodig is aan vloeren of wanden. Dat is warmtetechnisch allemaal goed te doen, zeker als we uit gaan van het bouwbesluit en de nieuwe EPN. Dat stelt immers toch al hoge isolatie-eisen. Om al die redenen wordt verwacht dat toepassing van vloer- en wandverwarming in de komende jaren een (nog) grotere vlucht zullen nemen.






