Woonkwaliteit en flexibiliteit
drijfveer voor installateur
In de woonkwaliteitswijzer van de Stichting VACpunt Wonen wordt de gebruikskwaliteit bepaald door de gewenste activiteiten van de bewoners in hun woning en in hun omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat in het gebruik van de woningen de omgeving ondersteunend moet zijn. Daar functies, activiteiten en de omgeving in de loop van de tijd kunnen veranderen, is het belangrijk dat de woning flexibel is. De E-installateur wordt geïnspireerd om oplossingen te vinden.
Universitair onderzoek
In een studie uitgevoerd door de TU Twente blijkt de behoefte aan flexibiliteit overigens relatief beperkt te zijn als men dit afzet tegenover andere woonwensen.
De top 5 wordt gevormd door:
1. (type) keuken;
2. sanitaire voorzieningen (type en kleur);
3. betegeling (type en kleur);
4. vloerafwerking;
5. afwerking binnenmuren.
Niettemin kan gesteld worden dat aan elke bewonerswens wel een leiding kleeft.
Die leidingen maken wijzigingen in een woning gecompliceerd en kostbaar.
In de Q-woning wordt om deze reden uitgegaan van draadloos schakelen, plintleidingen, holle binnenwanden, duvelgaten in de vloer en op vaste afstanden uitsparingen in de HSB-wanden ten behoeve van eventueel te plaatsen leidingen en stekkerend installeren.
Flexibiliteit
In de technische ruimte worden alle basis-installaties aangebracht, zoals de centrale
meterkast. In plintgoten of goten tegen het plafond (dit vanwege deuropeningen), wordt zowel de ICT bekabeling aangebracht, als de elektriciteitsleidingen.
De plinten zijn in hoogte verstelbaar en kunnen daardoor aan de dikte van de vloerbedekking worden aangepast. De uitsparing tussen messing en groef (afbeelding 2) maakt het mogelijk op eenvoudige manier leidingen te trekken en daar waar gewenst plafondverlichting aan te brengen. Hetzelfde geldt voor
de holle binnenwanden of de HSB-wandelementen. Het plaatsen van een contactdoos wordt zo teruggebracht tot een gat boren en wat stekkerwerk.
Alle 'hardware' zoals dozen, stekkers en verdelers zijn standaardcomponenten die bij de meeste technische groothandels te verkrijgen zijn.
Indien er in de toekomst complete domotica zorg voorzieningen nodig zijn, is dit
zonder noemenswaardige extra investering voorbereid.
Andere aanpak
Met de Q-aanpak ontstaat installatieruimte in de bouwdetails. De bewoner kan zelf eenvoudige veranderingen aanbrengen, zoals een contactdoos plaatsen of door patchen met de domotica goochelen. Het verplaatsen van de televisie betekent niet meer een halve dag kabels wegwerken. Omzetten in de meterkast en klaar is Kees.
Ombouw tot een zorgwoning beperkt zich in hoofdzaak tot aanpassingen in de meterkast. Ook op deze manier bewijst Q dat duurzaamheid tevens toekomstvastheid inhoudt.

Bob Verheul is razend enthousiast over zijn eigen Q-woning in Ede. ‘De vernieuwende aanpak van duurzaam bouwen en installeren is heel inspirerend. Hier is te zien hoe je met het flexibele systeem volledige E-installaties kunt realiseren die de conventionele aanpak verslaan. De Q-woning wordt zo steeds meer een mobiel bouwpakket dat pas op de bouwplaats in elkaar wordt geklikt. Bouwen met oog voor rendement'.
Interview met ir. Bob Verheul
De elektrische installatie in een auto is in zo'n twintig minuten gemonteerd. Deze montagesnelheid is mogelijk dankzij voorzieningen als doorvoer- en bevestigingsopeningen in het koetswerk en een volledige prefab bekabeling. Vergelijk dat eens met een elektrische huisinstallatie, toch aanzienlijk eenvoudiger. Toch is men in de bouw dagen bezig. Dat moet anders kunnen zo besloot Bob Verheul, uitvinder en houder van tal van patenten.
‘Het moge duidelijk zijn dat onze traditionele elektrische installaties niet goed passen in een milieuvriendelijk en al helemaal niet in een C2C concept', zo stelt Verheul. ‘Buis en draad zijn misschien wel als afval te scheiden, maar de kosten daarvan staan in geen enkele verhouding tot de waarde van de terug-gewonnen grondstoffen. Niemand gaat dat dus doen'.
‘Indien we IFD (Industrieel, Flexibel en Demontabel) willen bouwen, dan begint het allemaal met het pre-engineeren van leidingkanalen, net zoals in de auto', zo stelt hij. ‘Het gaat om kanalen boven- en onderin de wanden, met doorvoeren naar de inwendige ruimte van de wanden en een dicht raster van leidingkanalen in de verdiepingsvloeren. Hierdoor is op een fijnmazige manier vrijwel elk punt in de woning te bereiken met draden, zelfs nadat de woning is afgebouwd. Draden en contactdozen worden op een eenvoudige manier, met behulp van stekkers, gekoppeld. Ik noem het mijn Klik&Klaar systeem'.
‘Als mijn vrouw het in haar bol krijgt', zo verteld hij lachend, ‘en vindt dat er op een andere plek een stopcontact moet komen, dan ben ik razendsnel klaar. Ik hoef niet te breken, geen buisjes te verleggen, alleen maar een gat met de juiste diameter in de wand te boren, een draadje door het kanaal te trekken en de stekkers aan te sluiten. Dat geldt ook voor plafondverlichting, televisieaansluitingen en ga zo maar door. Ik kan ook simpel leidingen hergebruiken. Losklikken, uit het leidingkanaal trekken, ergens anders naar toe brengen en weer vastklikken. Dit past volledig in de filosofie van herbruikbaarheid, van wieg tot wieg.
‘Even wat getallen', zegt de van ideeën bruisende technicus vanachter zijn bureau dat overladen is met vernuftigheden. ‘Met onze schakeldozen, doen we het licht in vijftien minuten. Vroeger koste dat vier uur. En niet voor een elektrotechnicus, nee hoor, gewoon voor een productiemedewerker. En het voldoet aan alle normen.'
In samenwerking met Q zijn de ideeën van Bob Verheul verder ontwikkeld. Het huidige centraaldoossysteem met ingestorte en gefreesde leidingen en de bij de bouw al vastgestelde plekken voor schakelaars en wandcontactdozen is achterhaald.
‘Waarom moet je al over details van je elektrotechnische installatie beslissen als je nog niet eens in het huis woont? Wil je nog wat wijzigen in de loop van het bouwproces, dan zit je ook nog eens met enorme meerkosten, laat staan als je nog eens wat wil wijzigen als de woning is opgeleverd.'

Slimmer bouwen wordt slimmer assembleren
Een belangrijke trend: bouwers kiezen steeds vaker voor prefab bouwelementen, waarbij ruimte is vrijgelaten voor E-installaties.
In de Q-woning is dit volledig uitontwikkeld, heet het inmiddels front-engineering en speelt het in op de verwachte daling van het aantal vakmensen in de installatietechniek.
Het ontbreken van elektrotechnische fabrikanten op de Bouwbeurs van het afgelopen jaar is misschien wel tekenend voor de positie van de installatiebranche. Gedurende het ontwerpproces worden moderne installatieconcepten ten opzichte van traditionele installatiemethoden afgewogen. Resultaat is vaak dat lagere investeringskosten de voorkeur genieten boven levensloopbestendigheid, flexibiliteit en meerwaarde in de toekomst.
Er is verandering op komst
Toeleveranciers van bouwelementen kijken vooruit en zien op termijn een tekort aan vakmensen in de technische branches als knelpunt. Q houdt in zijn concept rekening met woningen die aangepast kunnen worden aan de levensloop van de bewoners. Flexibel bouwen is een 'must', willen we in de toekomst de problemen voorkomen van woningen die niet aan te passen zijn aan de woonwensen van dat moment. Deze problematiek krijgt volop aandacht door producten te ontwikkelen die straks prefab vanuit de fabriek naar de bouwplaats gaan om daar met een minimum aan arbeid te worden geassem-bleerd. Dit IFD-bouwen (Industrieel, Flexibel, Demontabel) wordt al jaren gepropageerd door de overheid. Via de Q-woning wordt het 'nieuwe bouwen' met succes toegepast.
Montagesnelheid en gemak nemen toe
Er zijn flinke stappen gemaakt bij het prefabriceren van bouwelementen. Onder meer vloeren en wanden worden in zijn geheel aangevoerd naar de bouwplaats. Met het systeem is de woning in een paar dagen wind- en waterdicht. Plint- en plafondgoten zijn geïntegreerd opgenomen in de klimaatscheidende en binnenwanden. Voor installaties in de wanden wordt gebruik gemaakt van de aanwezige leidingkanalen. Via deze kanalen in combinatie met de ruimte achter de plinten, wordt het klik&klaar-gestekkerde installatieconcept met eenvoudige gereedschappen geïnstalleerd. Flexibele kabels gestekkerd koppelen aan inbouwcontactdozen vindt plaats met een hoge montagesnelheid en is gemakkelijk uit te besteden aan afbouwgroepen. Omdat de meeste elektrische aansluitingen laag in de wanden worden aangebracht is een infrastructuur rond de plint optimaal. Onder meer vanwege deuropeningen zijn ook de plafondgoten noodzakelijk. Het schakelen van de verlichting kan draadloos met batterijloze schakelaars door middel van een eenvoudig zwakstroomsysteem, Domo-Switch of met meer geavanceerde bussystemen. Ook voor de bewoner is deze manier van werken uiterst veilig eenvoudig te hanteren indien er verandering of een toevoeging is gewenst.
Levensloopbestendig bouwen is een feit
De Wandelementen van fabrikant Faay uit Vianen zijn aangepast omdat de leverancier, constructeur, installateur en architect samen de juiste toepassing in de Q-woning hebben bedacht. Daarnaast worden speciale inbouwdozen gebruikt, waarbij de wanden vlak blijven en er voldoende ruimte is voor de stekkertechniek. Door de onderlinge afstemming en aanpak is de gehele E-installatie flexibel aan te passen, voorafgaand, maar ook na oplevering. Levensloopbestendig bouwen is hiermee een feit. Immers over bijvoorbeeld de kamerindeling in de Q-woning hoeft
pas in de afbouwfase een besluit te worden genomen. En doordat de binnenwanden niet dragend zijn en geen ingefreesde leidingen bevatten, is de indeling ook daarna weer relatief gemakkelijk te wijzigen.






